Posts tonen met het label Vrienden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vrienden. Alle posts tonen

zondag, september 02, 2012

NO SWEAT/NO GLORY


De lijfspreuk van Club Brugge.
Vorige week ben ik met Joschka, voor de eerste keer in zijn en mijn leven, naar een echte voetbalmatch gaan kijken. Club Brugge tegen Debrecen.
Joschka zat vorig schooljaar in de klas bij meester Johan: Sporza-verslaggever en Club Brugge fan. En nu is Joschka ook Brugge-fan…
Terug van vakantie waren we uitgenodigd bij onze buren voor een barbecue. Onze buurman en onze buurvrouw zijn echte club-supporters. Die waren dus heel blij toen ze Joschka hoorden vertellen over zijn voorliefde voor blauw-zwart. Hij kreeg onmiddellijk al wat attributen mee zodat hij zich nog meer in zijn rol kon inleven. En mijn buurman deed de belofte dat hij hem zeker eens ging meenemen naar de match als de gelegenheid zich voordeed. En zo geschiedde.
Een paar weken geleden kwam Patrick het goede nieuws melden. Club speelde tegen het Hongaarse Debrecen, en zijn vrienden (die ook een abonnement hadden gingen niet). We mochten mee. Sindsdien was Joschka zeer bezorgd om zijn gezondheid. Hij wou en zou niet ziek worden of iets dergelijks.
Vorige donderdag was de grote dag aangebroken.
Joschka, uitgedost met sjaal en t-shirt (vriendelijk uitgeleend door onze buurvrouw Patricia) en ik, zorgvuldig andere kleuren dan blauw of zwart vermijdend, stappen in de buurauto en zijn op weg naar onze eerste match!
Het werd een avond die Joschka niet gauw zal vergeten. Een t-shirt gekocht in de clubboetiek, opgewacht door de clubmascottes, het stadion betreden, en dan de match…met 4-1 gewonnen door club. En de ambiance. Hij wil zeker nog eens teruggaan. En ik? Ach mijn mening doet er in deze niet echt toe. Het geluk op zijn gezicht maakte het voor mij ook een prachtige avond en een bijzondere gebeurtenis. Maar ik denk dat ik toch liever comfortabel in de zetel naar een voetbalmatch kijk.
Ik ben mijn buren alvast erg dankbaar voor deze leuke avond. 
Op de bovenste rij!

Als u zich afvraagt waarom Gentenaars supporteren voor Brugge? Ik weet het ook niet. Het is van vader op zoon denk ik. Mijn buurman heeft alvast een goede reden. Zijn eigen vader, Willy Van Parijs, heeft vroeger 1959-1960  nog voor club gespeeld en voordien zelfs voor de Gantoise. Alles is dus vergeven.

zondag, januari 22, 2012

Vaarwel Gilbert, goede reis kameraad!

Een paar dagen geleden is Gilbert Temmerman overleden. Ik heb Gilbert gekend en wil toch graag een paar herinneringen over hem delen.

De eerste keer dat ik met Gilbert Temmerman sprak was in 1989. Mijn thesis was net af en ik had ze opgedragen aan de “eerste socialistische burgemeester van Gent”. Mijn thesis ging dan ook over de rol die de Gentse socialisten gespeeld hadden bij het uitbouwen van de partij in Vlaanderen. Toen ze eindelijk was afgeraakt ben ik ze gaan afgeven op zijn kabinet in het stadhuis. Een kordate, vriendelijke, geïnteresseerde man met een “zoon die ook historicus” was.

Na mijn studies koos ik ervoor om niet terug te keren naar Oostende maar in Gent te blijven (waar ik toch oorspronkelijk vandaan kwam). Ik verliet de Oostendse SP en werd in Gent actief bij de SP. En zo bleef mijn pad lange tijd dat van Gilbert kruisen.

In 1994 (ik was toen leraar geschiedenis) vroeg Frank Beke (die toen nog net geen burgemeester was) mij of ik graag coördinator van het nog op te richten “Vredeshuis” zou willen worden. Het Vredeshuis was het geesteskind van Gilbert Temmerman die toen, in het kader van 50 jaar bevrijding van Gent, een Vredeshuis wou. Altijd al erg gefascineerd door de Tweede Wereldoorlog en toch ook al mijn sporen verdiend in de vredesbeweging ben ik daar enthousiast op ingegaan. Dat was natuurlijk wel pas na een lang gesprek met Gilbert die toch wou weten welk vlees hij in de kuip had…
Een anekdote uit het Vredeshuis. De poetsvrouw vertelde mij dat ze een kast aan het kuisen was en dat de burgemeester achter haar stond te kijken. Toen ze omkeek zei hij haar dat er nog een hardnekkige plek was die ze nog moest aanpakken …

Een goed jaar later kreeg ik de vraag om federaal secretaris te worden van de SP-federatie Gent-Eeklo (dus voor er provinciale kieskringen waren). Gilbert (die zelf ook federaal secretaris was geweest) was niet echt gelukkig met mijn verhuis van Vredeshuis naar “Speldenstraat”. Hij had mij liever in het Vredeshuis gehouden. Maar ja, ik was toen nog een heel enthousiast ‘partijmilitant’ en federaal secretaris mogen worden was een hele eer (en opgave).
Een paar korte anekdotes, die Gilbert Temmerman typeren, uit die periode.

We organiseerden een grote kuis in het partijsecretariaat en hadden zowat de hele inrit volgestouwd met rommel om in een afvalcontainer te smijten. Terwijl we daar mee bezig zijn komt Gilbert langs (hij verwachtte een bezoeker) en besluit in afwachting maar mee te helpen en rommel in de container te smijten. En dat allemaal met zijn pak aan. Ik heb het andere mandatarissen hem niet zien nadoen.

Gilbert was toen al met pensioen maar zeker nog niet op rust. In de vergaderingen van de SGA (de Socialistische Gemeenschappelijke Actie = partij, vakbond, mutualiteit en in Gent ook nog de coöperatieve) was Gilbert vaak aanwezig als vertegenwoordiger van de coöperatieve Vooruit. Hij was geen gemakkelijke, en zeker geen meegaande partner. Hij ergerde zich sowieso aan het feit dat de 1-meistoet was verworden tot een wandeling door de stad. Gedaan was de tijd van de turngroepen, fanfares, praalwagens. Op een bepaald moment maakte hij zich helemaal boos en verweet hij mij zelfs dat ik de 1-meistoet om zeep had geholpen met die stomme ‘fietskarretjes’. Ik had de autootjes die de slogans meevoerden in de stoet vervangen door sympathiekere (en gezondere) fietsen met aanhangwagentjes. En dat vond hij helemaal een afgang. En dan die vlaggendragers aan de kop van de betoging. Die werden betaald door de SGA om de vlaggen te dragen en wie daarop afkwam was niet altijd een toonbeeld van sober socialistisch militantisme. In zijn tijd werden de slogans nog door militanten gedragen. Gilbert ergerde zich vaak, maar vaak niet onterecht. Maar een 1-meistoet zoals die nog bestond in de jaren 50, 60, … lukte niet meer in de jaren 90. Ook de fanfares werden betaald en zij hadden (met uitzondering van de Harmonie Noorderlicht uit Zelzate en het trommelkorps van de Jean Jaurès) niets met het socialisme te maken. We wilden dus nog wel een stoet, maar eigenlijk konden we daar op eigen kracht niet meer hetzelfde van maken als in zijn glorietijd.

Ik heb als federaal secretaris Gilbert ook eens uitgenodigd om te komen praten (brainstormen) met een aantal Jongsocialisten. Dat was een fantastische bijeenkomst. Ook al was hij 65+ hij slaagde erin om alle aanwezig te enthousiasmeren. Voor de ‘moderne’ jongeren was de helderheid en gedrevenheid van Gilbert een opsteker.

En dan zijn er nog talloze andere anekdotes zoals Gilbert die als burgemeester met z’n auto in een file staat, uitstapt en zelf het verkeer begint te regelen.
Gilbert die als zuinige partijsecretaris de medewerkers maar een nieuwe “bic” geeft als ze het lege buisje van de oude bic komen inleveren. Het gat in de begroting was zeker zijn schuld niet!
Voor een plechtigheid n.a.v. de bevrijding van Gent op het kerkhof heeft hij de hele tijd een plastic zakje bij waar hij uiteindelijk een afgesneden bodem van een pet-fles uithaalt en die op de grond zet met de mededeling dat dat de omtrek moet zijn van de bloempotjes die zouden gebruikt moeten worden!
Enz.

De laatste keer toen ik Gilbert ontmoette was, vorig jaar, op de tram. We hebben toen nog een lang gesprek gehad over, wat had je gedacht, de toestand van de partij. Hij was niet echt gelukkig met de gang van zaken. Wat hij toen vertelde over mensen, toestanden, mandatarissen, benoemingen e.d. zal ik hier zeker niet opsommen. Dat zou Gilbert zeker niet appreciëren. Kritiek mocht, moest, de vuile was hield je binnenshuis. En tja, da’s nu eenmaal ook de taak van de secretarissen

Ik vond het een voorrecht om Gilbert Temmerman gekend te hebben. Een voorbeeld van een rechtlijnig man, sober, hardnekkig, enthousiasmerend.
Vaarwel kameraad en goede reis!
De foto's zijn genomen (19/10/2000) op het afscheid van Michel Oosterlinck die jarenlang de drukkerij in de Speldenstraat heeft doen draaien. Op de bovenste foto staan (op de voorgrond) van links naar rechts: ikzelf, Gilbert Temmerman, Joseph Fack en Dirk Moons. Op de onderste is Michel Oosterlinck erbij gekomen (die zo vervaarlijk wijst naar Gilbert) en ook Piet (de chauffeur van Frank Beke).


donderdag, juni 23, 2011

Slaap zacht lieve Saskia

Saskia is gestorven.
25 jaar geleden waren we studenten. Zij aan de VUB (bij ‘Vrij onderzoek’ en schrijvend voor ‘De Moeial’) en ik aan de RUG bij VVS.
Saskia was een heel apart iemand. Vrolijk, een spring-in-’t-veld, naïef en erg lief. We hebben elkaar jaren uit het oog verloren.
Maar dankzij haar blog (die af en toe eens van naam veranderde) hebben we elkaar, 6 jaar geleden, virtueel weer ontmoet. Ze was fundamenteel dezelfde gebleven. Een meisje. Maar ze vocht toen al een paar jaar tegen kanker.
De laatste maanden werd het alsmaar duidelijker dat ze de strijd aan het verliezen was. Maar ze gaf niet op. Ze deed onlangs nog mee aan de Canvascrack.
Zoals ze het zelf formuleerde (met Springsteen): No surrender!
Maar zelfs de meest vrolijke, de meest levensluchtige heeft het niet gehaald.

Als herinnering aan Saskia plaats ik hieronder een blogberichtje dat ze zelf schreef op 24/3/2011. ’t Is een mooie illustratie van haar schrijftalent. Als je Saskia nooit gekend hebt kan je haar nog altijd een beetje leren kennen door de talloze mooie, grappige en ontroerende stukjes die ze geschreven heeft en die je nog altijd kunt lezen. En geloof me ze zijn echt goed.

Bijna werk in Herk
Ik zoek nu wel absoluut geen werk, maar krijg nog altijd elke dag een VDAB-email, waarin de jobs die bij mijn profiel passen worden vermeld.
Een tijdje geleden kreeg ik:
1 Leraar geschiedenis in HAACHT
2 Web Application Developer (.Net) in HEVERLEE
3 Dakdichter in HERK-DE-STAD

Een dakdichter? Een dakdichter? Net nu ik niet kan gaan werken?! Oi!!!
Ik was zo teleurgesteld, een dakdichter, en dan nog in Herk-de-Stad, dat is zo dichtbij! Was het voltijds of eerder part-time? Als het maar occasioneel was kon ik misschien… Maar nee, het was voltijds.
Ik stelde me vanalles voor. Moest je de hele dag op een dak zitten, schrijlings, zoals een ridder te paard? Had je een microfoontje op en moest je de gedichten over het dorp laten galmen zoals de muezzin hier vanaf de moskee zijn gebeden? Of moest je gewoon je impressies neerschrijven en die ‘s avonds afgeven aan de balie, zodat ze, in posterformaat of gebundeld in een maandelijks magazine, verspreid konden worden bij alle inwoners? Maar hoeveel poëtische impressies kon je daar, in Herk-de-Stad, dag in dag uit, 38 uren per week, opdoen? En hoe moest je dat dak op en weer af? Kreeg je een gieter mee om lolbroeken die “Kom van dat dak af!” begonnen te brullen een nat pak te geven? Hoe moest het met eten en naar het toilet gaan?
Toen begon ik te twijfelen. Ik probeerde me het dak van de bibliotheek en het cultureel centrum voor te stellen… Was daar ergens een dakterras? Ging het om het geven van workshops, aangevuld met het schrijven van limericks of haiku of sonnetten om de dorpskrant (ik moet eigenlijk zeggen: de stadskrant) mee op te vrolijken – of bijv. in de herfst, tot contemplatie uit te nodigen? Moest je ook niet de hele tijd op dat dak zitten, alleen als er een groep was die meer wilde weten over de zusjes Loveling, in de winter dik ingepakt op dat dakterras, met dampende chocolademelk, omringd door vuurkorven die warmte en gezellig licht verspreidden?
Het duurde eerlijk gezegd heel lang voor ik ophield met mijn poëtische gedroom en mijn spijt dat ik me er door die stomme rotziekte geen kandidaat voor kon stellen. Eigenlijk tot ik op de link naar de VDAB-pagina had geklikt en het daar als een koude natte dweil in mijn gezicht sloeg: ‘dakdichter – dakwerker platte daken’.

maandag, mei 16, 2011

Maandag 9 mei 2011

Vorige week maandag 9 mei.
Een normale werkdag.
En dan een valpartij. Wouter, de broer van mijn collega, maakt een zware val in de Giro. Hij wordt gereanimeerd. Een uur eerder had ik nog met Elke over haar broer gesproken en de schaafwonden die hij aan zijn laatste val had overgehouden. We praatten regelmatig eens over Wouters prestaties (en valpartijen).
Ze spreekt over haar ‘klein broerke’ altijd met veel liefde en trots.
’t Is 16.30 uur en ik sta klaar om de kinderen te gaan halen wanneer Dirk mijn bureau binnenkomt en vraagt of ik het al gehoord heb van Wouter? Neen, ik weet van niets. “Hij is gevallen en wordt gereanimeerd”. Ik haast mij de trappen op naar Elke. Er verzamelen nog collega’s.
Hij is er erg aan toe. Meer weten we nog niet. Ik stel voor om haar naar huis te voeren. Iedereen stelt voor om haar naar huis te voeren. Michaël gaat de kinderen afhalen in de crèche. Dat had ze al geregeld. Ze zou wel zelf naar huis rijden, maar zonder radio.
We nemen afscheid en ze zegt iets als “Hopelijk tot morgen” waarop ik antwoord “Zeker tot morgen, alles zal wel goed komen!”.
Carolien was mij komen halen op het werk en we rijden samen_met de radio aan_ eerst om Joschka en dan naar de crèche om Fabian. In de crèche zijn de kindjes aan het lachen en spelen. Elke’s kindjes zijn er nog en de oudste komt zoals gewoonlijk altijd olijk lachend dag zeggen. Ik aarzel of ik de verzorgster moet waarschuwen dat er iets ergs gebeurd is met hun nonkel. Maar dat doe ik maar niet. Het zal wel goed komen. Als ik wegga lach ik nog eens extra naar Loïc.
We rijden de straat uit en horen het verschrikkelijke nieuws op de radio: “de Belgische wielrenner Wouter Weylandt is overleden”. Het kan niet. De tranen komen in mijn ogen, ik krijg een krop in de keel en probeer zonder ongelukken verder te rijden.
Het mag niet, het kan niet. Die arme ouders, arme zwangere An-Sophie, arme Elke, haar klein broerke is dood. We kunnen niets doen.
We rijden verder naar huis. Zwaar aangeslagen en verdrietig. Een sms van Marijke, die in Griekenland op reis is. Ze heeft op CNN het nieuws gehoord en ze vraagt “Klopt het?”. Ja, het klopt.
We komen thuis en het leven gaat verder. Eten maken, huiswerk, het nieuws zien en veel snotteren. Hoe is het toch mogelijk. Altijd opnieuw spoken dezelfde gedachten door mijn hoofd:
Zo jong.
Uw kind verliezen is het ergste dat een ouder kan meemaken.
Dat arme kindje zal zijn papa nooit kennen.
Wat kan ik doen?
Er zijn als het nodig is.