donderdag, juni 23, 2011

Slaap zacht lieve Saskia

Saskia is gestorven.
25 jaar geleden waren we studenten. Zij aan de VUB (bij ‘Vrij onderzoek’ en schrijvend voor ‘De Moeial’) en ik aan de RUG bij VVS.
Saskia was een heel apart iemand. Vrolijk, een spring-in-’t-veld, naïef en erg lief. We hebben elkaar jaren uit het oog verloren.
Maar dankzij haar blog (die af en toe eens van naam veranderde) hebben we elkaar, 6 jaar geleden, virtueel weer ontmoet. Ze was fundamenteel dezelfde gebleven. Een meisje. Maar ze vocht toen al een paar jaar tegen kanker.
De laatste maanden werd het alsmaar duidelijker dat ze de strijd aan het verliezen was. Maar ze gaf niet op. Ze deed onlangs nog mee aan de Canvascrack.
Zoals ze het zelf formuleerde (met Springsteen): No surrender!
Maar zelfs de meest vrolijke, de meest levensluchtige heeft het niet gehaald.

Als herinnering aan Saskia plaats ik hieronder een blogberichtje dat ze zelf schreef op 24/3/2011. ’t Is een mooie illustratie van haar schrijftalent. Als je Saskia nooit gekend hebt kan je haar nog altijd een beetje leren kennen door de talloze mooie, grappige en ontroerende stukjes die ze geschreven heeft en die je nog altijd kunt lezen. En geloof me ze zijn echt goed.

Bijna werk in Herk
Ik zoek nu wel absoluut geen werk, maar krijg nog altijd elke dag een VDAB-email, waarin de jobs die bij mijn profiel passen worden vermeld.
Een tijdje geleden kreeg ik:
1 Leraar geschiedenis in HAACHT
2 Web Application Developer (.Net) in HEVERLEE
3 Dakdichter in HERK-DE-STAD

Een dakdichter? Een dakdichter? Net nu ik niet kan gaan werken?! Oi!!!
Ik was zo teleurgesteld, een dakdichter, en dan nog in Herk-de-Stad, dat is zo dichtbij! Was het voltijds of eerder part-time? Als het maar occasioneel was kon ik misschien… Maar nee, het was voltijds.
Ik stelde me vanalles voor. Moest je de hele dag op een dak zitten, schrijlings, zoals een ridder te paard? Had je een microfoontje op en moest je de gedichten over het dorp laten galmen zoals de muezzin hier vanaf de moskee zijn gebeden? Of moest je gewoon je impressies neerschrijven en die ‘s avonds afgeven aan de balie, zodat ze, in posterformaat of gebundeld in een maandelijks magazine, verspreid konden worden bij alle inwoners? Maar hoeveel poëtische impressies kon je daar, in Herk-de-Stad, dag in dag uit, 38 uren per week, opdoen? En hoe moest je dat dak op en weer af? Kreeg je een gieter mee om lolbroeken die “Kom van dat dak af!” begonnen te brullen een nat pak te geven? Hoe moest het met eten en naar het toilet gaan?
Toen begon ik te twijfelen. Ik probeerde me het dak van de bibliotheek en het cultureel centrum voor te stellen… Was daar ergens een dakterras? Ging het om het geven van workshops, aangevuld met het schrijven van limericks of haiku of sonnetten om de dorpskrant (ik moet eigenlijk zeggen: de stadskrant) mee op te vrolijken – of bijv. in de herfst, tot contemplatie uit te nodigen? Moest je ook niet de hele tijd op dat dak zitten, alleen als er een groep was die meer wilde weten over de zusjes Loveling, in de winter dik ingepakt op dat dakterras, met dampende chocolademelk, omringd door vuurkorven die warmte en gezellig licht verspreidden?
Het duurde eerlijk gezegd heel lang voor ik ophield met mijn poëtische gedroom en mijn spijt dat ik me er door die stomme rotziekte geen kandidaat voor kon stellen. Eigenlijk tot ik op de link naar de VDAB-pagina had geklikt en het daar als een koude natte dweil in mijn gezicht sloeg: ‘dakdichter – dakwerker platte daken’.

Geen opmerkingen: